Stefsoons-azteken-deel-01-tb

De Profnar & Azteken – Deel 1: De Gladde Aarde Spiegelen

Je kent het gevoel. Je zit in een overleg tussen bestuur en personeel. Iedereen is het formeel eens over de koers. Maar er hangt iets in de kamer — iets onuitgesproken, iets dat onder de agenda leeft. Niemand zegt het hardop. Want wie de eerste deze spanning benoemt, loopt een risico of heeft in ieder geval het gevoel dat je een risico loopt. Dus knikt iedereen. En “de gladde aarde” zoals de Azteken dit noemde, glijdt verder onder je voeten. 

In dit drieluik ga ik opzoek naar de overeenkomsten tussen de Profnar en de Azteken. 

 

Waarom?

Ik werk als trainer, bemiddelaar en begeleider. Ik beweeg me tussen ondernemingsraden, complexe scheidingen, bestuurlijk overleg en teamcommunicatie. En in al die verschillende settings zie ik vaak dezelfde dynamiek: mensen die niet de onverbloemde waarheid vertellen en niet openhartig luisteren naar de ander. Niet omdat ze niet weten wat er speelt, maar omdat niemand het durft te zeggen of dat je het eigenlijk niet wilt horen. Dat wil zeggen, echt wil zeggenen horen wat er speelt. De olifant benoemen, onberispelijk vertellen, met respect maar de spiegel tonen zoals bedoeld. En oprecht open luisteren naar wat er verteld wordt, zonder oordeel maar nieuwsgierig. 

Ik ben een Profnar — ontwikkeld en beschreven door Juri Hoedemakers, die de eeuwenoude figuur van de hofnar vertaalde naar moderne organisaties. De hofnar was de enige aan het hof die de koning de waarheid vertelde — niet ondanks, maar dankzij zijn rol als hofnar. Zijn muts en bellen waren geen verkleedpartij maar een epistemologische strategie. Anders gezegd, juist door zijn rol, zijn humor en speelsheid kon de hofnar vertellen wat er echt speelde en maakte hij wat onzegbaar leek bespreekbaar. En men luisterde naar de boodschap van de hofnar. 

Maar hoe dieper ik graaf, hoe meer ik ontdek dat de hofnar niet bij het koninklijke hof begint. Er is een oudere, diepere laag — een filosofie die duizend jaar vóór de eerste hofnar al wist waarom spiegelen levensnoodzakelijk is. 

 

De Oudste Spiegel: Teotl, Nepantla en de Gladde Aarde 

Lang voordat het woord “Tolteekse Wijsheid” op bestsellercovers belandde, leefde er in Meso-Amerika een filosofische traditie van ongewone diepgang. De Nahua — het volk dat we vaak als “Azteken” kennen — hadden wijzen die ze tlamatinime noemden: “kenners der dingen.” 

Deze wijzen stelden één fundamentele vraag. Niet “Wat is de waarheid?” of “Wat bestaat er?” — de vragen van de westerse filosofie. Nee, hun vraag was:  “Hoe bewaren wij ons evenwicht terwijl we wandelen op de gladde aarde?  

De aarde is glad, zeiden zij, omdat alles beweegt. Niets is vast. De werkelijkheid is een constante stroom — teotl, de allesdoordringende, zelfgenererende heilige energie die tegelijk de wever, het weefsel en het gewoven is. Omdat alles in beweging is, is er geen plek om stevig te staan. Balans is geen toestand maar een voortdurende activiteit. 

Dat inzicht is niet poëtisch franje. Het is operationeel. Want wat is een organisatie anders dan een gladde aarde? Een bestuurlijke koers die op papier staat als een rots, maar in de wandelgangen verandert met elke nieuwe windspraak? Een team dat formeel samenwerkt maar informeel langs elkaar heen leeft? Een echtpaar dat ooit één verhaal met hun kind deelde maar nu twee parallelle realiteiten bewoont en een kind dat moet kiezen?” 

Wat een stevig fundament lijkt, blijkt in de praktijk wankel met risico’s van uitglijden. De gewenste werkelijkheid is niet de gevoerde of beleefde werkelijkheid, het belang van een kind staat niet boven het belang van jou als ouder, in het team spreek ik jou niet aan zodat jij mij ook niet aanspreekt, en dat voelt veilig. 

De Nahua-filosofie erkende dit. En zij bouwden er een complete praktijk omheen. 

 

Neltiliztli: Waarheid als Goedgeworteldheid 

Het Nahua-woord voor waarheid is neltiliztli. Het betekent letterlijk “goedgeworteldheid. En dus anders dan zoals wij “de waarheid” definiëren zoals datgene wat klopt met de feiten”. 

Iets is waar als het stevig verankerd is in teotl — als het geworteld is in de diepere realiteit, niet alleen maar aan of in de oppervlakte. Dingen die goed geworteld zijn, zijn nelli: authentiek, echt, in evenwicht. Dingen die slecht geworteld zijn, zijn ahnelli: onecht, instabiel, een illusie. Dit is precies de taal die we nodig hebben in organisaties. 

Hoe vaak zie je mission statements die prachtig klinken maar geen wortels hebben? Weinig mensen kennen de mission statement en weten al helemaal niet hoe dat in hun eigen werk te vertalen. Hoe vaak hoor je een bestuurder zeggen “we hebben een open cultuur” terwijl iedereen in de kamer weet dat wie kritische vragen stelt bij het volgende gesprek niet meer wordt uitgenodigd? In veel organisaties worden mensen die “anders denken” eerder als lastig ervaren dan een verrijking. Er wordt geen ruimte en tijd gepland om eens echt te kijken naar wat er nu misgaat maar men zoekt snel en , ad-hoc naar een oplossingen. Dat is ahnelli — slecht gewortelde waarheid. Het ziet eruit als waarheid maar het heeft geen houvast. Het spoelt weg bij de eerste stress test. Het beklijft niet het is een snelle oplossing voor iets wat veel fundamentelere oorzaak heeft. 

En hoe vaak zie ik in een bemiddeling bij een complexe scheiding dat beide partners hun eigen versie van de waarheid hebben — allebei oprecht, allebei overtuigd. En ze vergeten dat het kind ook een waarheid heeft die niet gehoord of gezien wordt omdat deze niet past in hun waarheid maar lijkt op de waarheid van de ander. Men spreekt over het belang van het kind, maar men heeft het over het eigen belang, de eigen pijn, de eigen waarheid. 

Neltiliztli vraagt iets anders dan gelijk hebben. Het vraagt: ben je geworteld in datgene wat werkelijk leeft? Is wat je zegt gedragen door de grond onder je voeten — of zweef je in een constructie die mooi klinkt maar losstaat van de realiteit?